Ziehier mijn gevierde tekst uit de vorige les Creatief Schrijven. De opdracht luidde als volgt: "Schrijf een tekst over een persoon met een interessante voorgeschiedenis die op een punt komt in zijn/haar leven waarop hij/zij besluit zich in te schrijven op een datingsite." Het resultaat valt hieronder te lezen:
Muzieknoten trilden door de muur waarop hij aan het tekenen was. Bijna twee jaar oefende die cello nu al op hetzelfde stuk. Veel progressie had hij nog niet gemerkt. Maar misschien kwam dat door de muur die ertussen stond. In gedachten telde hij af: vijf, vier, drie, twee, een... “Woef!” Een glimlach. Farinelli, de gecastreerde koningspoedel op het balkon boven, hief zijn vertrouwde concerto aan. Al bijna twee jaar vergezelde de vleesgeworden pruik de cello met een klaaglijk gejank. Het klonk steeds wanhopiger. Maar misschien was dat enkel zijn verbeelding.
Hij tekende verder. De rode balpen vlamde over het papier. Een paar dieprode krassen, daarboven wat vertakkingen en een kroon van woeste krullen. Een boom. Het was een dag om bomen te tekenen. Hij had het monotone werk lang uitgesteld, maar vandaag ging het als vanzelf. Nog een boom. Het gezeur van de cello, het gejank van de hond en de ruisende stroom van wagens beneden werden achtergrondmuziek. En nog een boom.
De muziek werd luider. Hij was terug op het feestje met de vrienden. Bijna twee jaar geleden. Hetzelfde overvolle café als altijd. Dezelfde gezichten. Dezelfde moegedraaide feestnummers. “En wat vind je van hem?” riep ze in zijn oor. “Euh, hij ziet er een sympathieke gast uit”, stamelde hij. Ze keken naar de toog waar haar verovering zijn kaken rond een glas bier had gedrukt en het onder hevige aanmoedigingen zonder handen probeerde leeg te drinken. “Ik zie hem écht graag”, zei ze. Hij knikte. Wat deed hij hier? Uit de boxen klonk Paul Severs in een technoversie. “Woohoo!” Met een enthousiaste kreet stormde ze naar de dansvloer. Hij leegde zijn pint, draaide zich om en baande zich tegen de stroom een weg naar buiten, terwijl het café rond hem in slowmotion losbarstte. “Geen wonder dat ik ween”, zong de Vlaamse chansonnier. Hij trok de deur achter zich dicht. De wijsvinger van zijn rechterhand maakte tekeningen in de nachtlucht. En nog een boom.
Het rode bos onder zijn vingers strekte zich nu uit over enkele A4-tjes. Allemaal bomen. En een smal paadje dat tussen de stammen naar beneden kronkelde. Naar de hoek van de kamer. Daar zou hij zijn huis tekenen. Twee rechte lijnen. De eerste muur stond er al. Buiten straalde de zon door de wolken. Maar hij zag het niet. De cello en de poedel gingen onvermoeibaar door.
Onder hem zoemde een stofzuiger op dezelfde toon als de scanner waar hij al bijna twee jaar dagelijks enkele werkuren mee doorbracht. Acht jaar had hij gestudeerd, vier verschillende studierichtingen. Zijn ‘gevarieerde job met doorgroeimogelijkheden’ bij de lokale bibliotheek bestond ’s ochtends uit het digitaliseren van het archief met behulp van een hoogtechnologische scanner, die zo hoogtechnologisch was dat niemand van de technische dienst hem wist te herstellen nadat hij een maand na aankoop was stilgevallen, waarna het toestel dan maar was vervangen door een oude vertrouwde huis- tuin- en keukenscanner met een topsnelheid van twee gescande pagina’s per minuut. De namiddagen bracht hij door met het labelen van nieuwe boeken in het magazijn, waar hij in het gezelschap verkeerde van drie bibliothecaressen van middelbare leeftijd die zich naast het plastificeren van de nieuwe en beschadigde boeken vooral bezighielden met het roddelen over het baliepersoneel. Ieder uur bracht hij de kar met boeken naar de balie, waar nog meer bibliothecaressen van middelbare leeftijd zich voornamelijk bezighield met het roddelen over de vrouwen van het magazijn. Aan de balie liet hij de vracht boeken achter, waarna het door gediplomeerde bibliothecaressen op de juiste plaats in het rek werd gezet. Aan het eind van de middag keek hij meestal uit naar de volgende morgen waarop hij weer rustig aan zijn scanner kon zitten. Tot hij de volgende morgen naast die scanner zat.
Een rasterwerk van lijnen vormde een dak. Een schoorsteen. Nog wat krullende rookpluimen. Klaar. Hij legde de balpen bij de rest van de stapel. De zijkant van zijn rechterhand zag rood. Hij ging in het midden van de kamer staan en draaide om zijn as. De rode stad staarde hem van alle kanten aan. 438 A4-bladen, hij had ze geteld. Met een zelfvoldane glimlach knielde hij neer op het tapijt en bewonderde de vier muren rond hem.
Hij wist niet hoe lang hij daar al zat. De cello was opgehouden met zijn dagelijkse routine. De hond ook. En nu? De woorden rolden vertwijfeld over zijn lippen. Het was alsof de tijd bijna twee jaar had stilgestaan en de teller nu plots als een gek doordraaide naar nu. Zijn hoofd tolde. Hij stond op en wankelde naar de openstaande balkondeur. Tranen stroomden uit het niets over zijn wangen. Zijn hart bonsde in zijn keel. Zwaar ademend steunde hij tegen de balustrade. Acht verdiepingen onder hem raasden de wagens nog steeds in een ononderbroken stroom door de straat.
Een witte flits zoefde voorbij zijn wazige ogen. Getoeter op straat. Een schreeuw boven hem. Hij leunde over de rand. Beneden op de stoep lag iets wat leek op een schapenwollen vloerkleedje. Farinelli. Een rode plas kwam langzaam van onder de donzige vacht gekropen. Boven hem verscheen een hoofd vol enorme krulspelden over de rand van het balkon. Een langgerekte schreeuw gevolgd door wanhopig gejank. Hij veegde zijn ogen droog, ademde diep, liet de balustrade los en liep naar binnen.
Hij drukte de computer aan. Hij surfte naar de vacaturewebsite en plaatste er zijn CV op. Morgen nam hij ontslag. Tevreden bewoog hij zijn muis naar het kruistekentje in de bovenhoek van zijn scherm. Een advertentie vulde het beeld. “Vind nu de ware liefde”. Waar wachtte hij nog op? Vijf minuten later had hij al zijn persoonlijke informatie doorgegeven. “Bedankt. Kies nu je profielnaam en vind de liefde van je leven.” Zijn vingers aarzelden even boven de toetsen. Een glimlach. Getokkel. Farinelli. Enter.
En wat vind je ervan?
Nog een kleine beloning voor het doorploegen van dit epistel:
donderdag 8 april 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten